Baby’s

Baby’s leren erg veel. Ze maken grote vooruitgangen in de motoriek en groeien gedurende twee jaar uit van een hulpeloze baby tot een ontdekkende peuter. Een baby kan onrustig zijn, veel huilen en last hebben van maagkrampen. Hij of zij kan gespannen of juist heel slap aanvoelen. Mede hierdoor kan er een voorkeurshouding ontstaan, met afplatting van het hoofdje als gevolg. Soms zijn er problemen met rollen, kruipen, leren staan of leren lopen.

Peuters

Peuters leren in deze fase voornamelijk veel grofmotorische vaardigheden. Ze leren lopen, rennen, springen, klimmen, klauteren, fietsen met zijwielen en knutselen. Peuters zijn actief bezig met allerlei spelletjes, het liefst willen ze alles zelf doen en hun zelfstandigheid groeit. Al deze motorische vaardigheden kosten veel energie, coördinatie en kracht. Sommige kinderen hebben moeite met deze vaardigheden en dan kan er sprake zijn van een vertraagde ontwikkeling.

Kinderen vanaf 4 jaar

Vanaf 4 jaar veranderen er veel dingen. Voor het eerst naar school gaan en het ontdekken van een hele nieuwe omgeving. Kinderen leren fietsen, zwemmen, tekenen, maar ook hinkelen samenwerken en voorbereidend schrijven. In groep 3 leren kinderen schrijven, soms gaat dat proces niet vanzelf. Op de lagere school moet het kind leren stil zitten en zich concentreren. Bij overprikkeling kan dit proces verstoord verlopen.

Het goed kunnen bewegen is belangrijk voor het zelfbeeld van het kind. Soms gaat deze ontwikkeling niet vanzelf en kan een kind daardoor niet goed meekomen met gym of beweegspelletjes op het schoolplein of met de schoolse vaardigheden. Ze kunnen zich dan anders voelen wat een negatief gevolg kan hebben voor hun zelfvertrouwen.

Puberteit

In de puberteit krijgen kinderen een groeispurt. Niet alleen hun uiterlijk maar ook hun innerlijk verandert. In deze tijd zijn ze blessuregevoelig, vooral tijdens de groeispurt. Door overbelasting kunnen kinderen pijn in de gewrichten krijgen, vooral in hun knieën en enkels. Soms heeft een kind last van spanningshoofdpijn of buikpijn.

Wanneer kunt u een kinderfysiotherapeut raadplegen?

  • Trage motorische ontwikkeling, voor de leeftijd van het kind:
    • Bij baby’s: bijvoorbeeld laat leren rollen, pakken van materiaal, kruipen, zitten, leren staan en lopen. Ook kunnen er problemen met de spierkracht zijn waardoor het kind zich kan overstrekken of een voorkeurshouding kan ontwikkelen.
    • Bij peuters/kleuters: bijvoorbeeld moeite hebben met de grove of fijne motorische vaardigheden: lopen, rennen, klimmen, puzzelen, tekenen, kleuren etc.
    • Vanaf 4 jaar: Bijvoorbeeld schrijfproblemen, het kind is onhandig en kan niet meekomen op motorisch gebied. Er zou dan sprake kunnen zijn van een vorm van Developmental Coordination Disorder (DCD, een motorische ontwikkelingsstoornis).
  • Prematuur (te vroeg) en/of dysmatuur (te klein) geboren baby
  • Onrustige of huilbaby
  • Eet- en drinkproblemen ten gevolge van een motorisch probleem
  • Erbse parese (zenuwaandoening)
  • Cerebrale parese (hersenaandoening)
  • Downsyndroom of andere genetische aandoeningen, aangeboren afwijkingen die de motoriek kunnen beïnvloeden
  • Afwijkend looppatroon, tenenlopen
  • Orthopedische problemen, sportblessures
  • Ademhalingsproblemen
  • Jeugdreuma
  • Moeite met zelfredzaamheid
  • Schrijfproblemen
  • Prikkelverwerkingsproblemen, kinderen willen niet graag aangeraakt worden of vermijden sommige materialen zoals klei, vingerverf of zand
  • Hoofdpijnklachten
  • Gedragsproblemen en ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD of autisme
  • Revalidatie na trauma, operatie of chemokuren
  • Conditiezwakte ten gevolge van een handicap, chronische ziekte of obesitas
  • Mentale retardatie
  • Incontinentie